Op 1 september 2026 zal het nieuw strafwetboek in werking treden. Naast het gegeven dat er nu zal worden gewerkt met strafniveaus, zullen er ook een aantal wijzigingen zijn in het straffenarsenaal.
Voor natuurlijke personen zijn volgende hoofdstraffen voorzien in het nieuw strafwetboek:
- De gevangenisstraf (niveau 8 t.e.m. 2)
- Behandeling onder vrijheidsberoving (niveau 8 t.e.m. 2 – inwerkingtreding vanaf 2035)
- Straf onder elektronisch toezicht (niveau 2)
- Werkstraf (niveau 2 en 1)
- Probatiestraf (niveau 2 en 1)
- Veroordeling bij schuldigverklaring (niveau 2 en 1)
- Geldboete (niveau 1)
- (Verruimde) verbeurdverklaring (niveau 1)
- Geldstraf vastgesteld op basis van het verwachte of uit het misdrijf behaalde voordeel (niveau 1)
- Bijkomende straf in plaats van hoofdstraf (niveau 1, bij verzachtende omstandigheden)
Naast de hoofdstraffen, voorziet het nieuw strafwetboek net zoals voorheen in bijkomende straffen. Volgende bijkomende straffen kunnen worden opgelegd aan een natuurlijk persoon:
- Verlengde opvolging
- Geldboete
- (Verruimde) verbeurdverklaring
- Geldstraf op basis van het verwachte of uit het misdrijf behaalde voordeel
- Ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten
- Beroepsverbod
- Bekendmaking van de beslissing tot veroordeling
- Sluiting van de inrichting
- Verval van het recht tot sturen
- Verblijfs-, plaats- of contactverbod
De rechter zal aldus, afhankelijk van het toepasselijk strafniveau, keuze hebben uit verscheidene hoofd- en bijkomende straffen. Hij zal daarbij de door de wetgever bepaalde doelstellingen van de straf (art. 27 nieuw Sw.) mee in rekening moeten nemen, met oog voor proportionaliteit en individualisering van de bestraffing.
